Inmiddels is deze scriptie in boekvorm verschenen. U kunt het bestellen als onderdeel van de complete set uitmakend.
Voorwoord
De Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw staat in het teken van de emancipatiestrijd, die toen gevoerd werd door de zogenoemde Vlaamse Beweging. Dat was een strijd tegen economische achterstand en culturele achterstelling, tegen geestelijke en materiŽle armoede. Schrijvers leverden aan die strijd hun bijdrage door een nieuwe Vlaamse literatuur te scheppen. Hun gemeenschappelijke doelstelling daarbij was: de Vlaams-Nederlandse taal een hoger aanzien te geven, tegenover het allesoverheersende Frans, en hun Vlaamssprekende medeburgers cultureel naar een hoger niveau op te heffen.
      Ik hoef er hier geen geheim van te maken, dat de naam 'Vlaamse Beweging' bij veel Nederlanders minder aangename associaties oproept. Zij zijn geneigd die beweging in verband te brengen met collaboratie tijdens Wereldoorlog I en II en met extreem-rechtse partijen als het Vlaams Blok. Dat is begrijpelijk, maar betwistbaar. Hoewel ondemocratische stromingen in de Vlaamse Beweging van tijd tot tijd de overhand namen, kan die beweging in haar totaliteit niet zonder meer met extreem-rechts vereenzelvigd worden, al doen politieke partijen als het Vlaams Blok nog zoveel moeite om zich als universeel erfgenaam van de Vlaamse Beweging te presenteren.
      Hoe het oordeel over de Vlaamse Beweging in de twintigste eeuw ook uitvalt, niemand in het Nederlandse taalgebied zal willen ontkennen, dat die beweging in de negentiende eeuw een volkomen gerechtvaardigd doel heeft nagestreefd. De Vlaamse Beweging was in die tijd van wezenlijke betekenis voor de herleving van Vlaanderen, dat eeuwenlang werd onderdrukt door vreemde overheersers en dat nadien moedwillig werd tekortgedaan door bevoorrechte standen op het eigen grondgebied. Vlaanderen werd arm en dom gehouden.
      Op het einde van de achttiende eeuw kon slechts 3% van de Vlaamse bevolking lezen en schrijven en aan het begin van de negentiende eeuw zal de toestand niet veel beter zijn geweest. Kinderen gingen niet naar school, maar naar de fabriek. Julius Vuylsteke schetste de toestand in een gedicht:

      De jongen is op zijn tiende jaar;
      Noch lezen noch schrijven kan hij voorwaar.
      ;Maar vader wint weinig,
      en moeder is ziek;
      het kind moet mede naar de fabriek.


De weinige kinderen die wel in de gelegenheid waren om de lagere school te bezoeken, vonden een taalbarriŤre op hun weg. Ze moesten eerst Frans leren om daar de lessen te kunnen volgen. Op school was Frans de officiŽle taal, evenals op het stadhuis en bij de rechtbank. Vlaams werd door de overheid en door de toonaangevende kringen in BelgiŽ niet als een taal beschouwd, maar als een verzameling van onwelluidende dialecten. Nederlands was in het katholieke Vlaanderen uit den boze, want dat was de taal van de protestanten uit het noorden.

Zo waren de omstandigheden waarin Vlaamse schrijvers hun werk moesten doen. Een aantal van die schrijvers en hun Vlaamse Beweging heb ik in beeld trachten te brengen. Voor mijzelf en andere belangstellenden.

Roermond, december 1994
Inhoud 'Wonderlijk Vlaenderen'

Hoofdstuk 1: De held van de Vlaamse beweging
Hendrik Conscience (1812-1883)

Hoofdstuk 2: De vader van de Vlaamse beweging
Jan Frans Willems (1793-1846)

Hoofdstuk 3: Het volk geportretteerd
Karel Broeckaert (1776-1826)

Hoofdstuk 4: De voorvaders van de Vlaamse beweging
Jan-Baptist Chrysostomus Verlooy (1747-1797)
Willem Frans Gommaer Verhoeven (1738-1809)

Hoofdstuk 5: De handelsreiziger van de Vlaamse beweging
Eugeen Zetternam (1826-1855)

Hoofdstuk 6: 'De Vlaamsche ziekte der tweedracht'
Klerikalen en liberalen

Hoofdstuk 7: 'Vlaamsche romantiek... in haar vol orkest'
August Snieders (1825-1904)

Hoofdstuk 8: Droom en werkelijkheid
Peter Frans van Kerckhoven (1818-1857)

Hoofdstuk 9: Bezadigd realisme
Domien Sleeckx (1818-1901)

Literatuurlijst